31 januari 2012
Op 14 december 2010 drongen twee overvallers met bivakmutsen op de supermarkt binnen. Op datzelfde moment kwam de bakker het brood bezorgen en werd met een vuurwapen bedreigd. De overvallers dwongen hem, en een vrouwelijke medewerkster van de supermarkt, naar het kantoor op een bovenverdieping te gaan. In de supermarkt waren ook de eigenaar en zijn zoon. Onder bedreiging van het vuurwapen werden ook zij naar het kantoor gebracht. Hierbij werden verschillende schoten gelost met een gasalarmpistool. Niemand raakte daarbij gewond. Vervolgens werd de zoon gedwongen de kluis te openen. Nadat de overvallers geld eruit hadden gehaald, moesten de vier slachtoffers in het kantoor op hun knieën gaan zitten met het hoofd naar beneden. Vervolgens deden de overvallers de deur op slot en vertrokken via de trap naar beneden.
Vader en zoon besloten de achtervolging in te zetten. De zoon trapte de ruit van de kantoordeur in en wist zo uit de ruimte te ontsnappen. Zijn vader volgde hem. De zoon stond boven aan de trap en gooide een gereedschapskist (die boven aan de trap stond) naar beneden. Er is uit het onderzoek niet gebleken dat de gereedschapskist de overvaller heeft geraakt. Om die reden is de zoon niet verantwoordelijk voor de fatale val van de overvaller.
Het blijkt dat de overvaller is komen te overlijden door hersenletsel. Dat is ontstaan door een val van de trap. De eigenaar en zijn zoon worden dus niet vervolgd. Wel is vast komen te staan dat de vader, zoon en de medewerkster geweld hebben gebruikt tegen de andere overvaller toen zij beneden aankwamen. Het OM is van oordeel dat het hier gaat om noodweer. Dat wil zeggen dat de personen zich volgens het OM in een situatie bevonden waarbij zij zichzelf en hun goederen mochten verdedigen.
De medeverdachte van de overval is in juli 2011 veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf. Een andere medeverdachte (die nooit aanwezig is geweest in de supermarkt, maar de bedenker was van de overval en de vluchtauto bestuurde) is veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf. Deze laatste zaak loopt in hoger beroep.